Nieuws

Hieronder tref je een overzicht aan van de laatste nieuwsberichten over MS Budget

Tien tips over de keuze van een beleggingsfonds

« Terug  |  publicatie datum : Donderdag 18 Augustus 2011 Om 16:08

AMSTERDAM -  Alleen al het feit dat de Nederlandse belegger uit veel meer fondsen kan kiezen dan pakweg tien jaar geleden – er zijn er inmiddels duizenden – maakt kiezen een stuk lastiger. Terwijl een goede keuze juist belangrijker is geworden. Door het grote aantal fondsen zijn immers ook de verschillen in prestatie en kosten gegroeid. Simpelweg voor de fondsen van de eigen bank kiezen is geen slimme zet, beleggers zullen in toenemende mate zelf de knoop moeten doorhakken. Tien tips die bij die keuze kunnen helpen.

1. APPELS EN PEREN

De eerste vraag die u zich moet stellen, is in welke regio’s of thema’s u wilt beleggen. Of misschien denkt u wel aan een zo breed mogelijk gespreid aandelenfonds, middels een wereldwijd fonds. Pas daarna is het zinvol fondsen binnen dat thema te vergelijken. Natuurlijk kunt u op vergelijkingssites ook direct alle fondsen vergelijken en simpelweg voor die fondsen met het hoogste historische rendement gaan, maar in feite vergelijk je dan appels met peren. De categorie van een fonds bepaalt namelijk in hoge mate het rendement, het risico en de kosten.

2. VIJF JAAR

De meeste beleggers vergelijken fondsen op historische rendementen. Die bieden echter geen garantie voor de toekomst. Ze geven wel een richtlijn voor de deskundigheid van de fondsbeheerder. Kies liever niet voor een te korte meetperiode. Hoe langer de terugblik des te minder groot de kans dat de prestatie volledig wordt getekend door een heel positieve of heel negatieve periode. Een lange meetperiode beperkt ook de invloed van toevalstreffers. Een slechte fondsmanager kan in een bepaald jaar geluk hebben. Jaar na jaar een goed rendement laten zien, is echter geen toeval, maar duidt op kennis en vakkundigheid. Veel experts adviseren voor fondsen die in aandelen beleggen, een meetperiode van vijf jaar.

3. LET OP DE KOSTEN

Historische rendementen kunnen nog zo hoog zijn, kijk ook naar de kosten. De kosten staan vaak vast, het rendement moet u nog maar afwachten.

De totale kosten van een beleggingsfonds worden samengevat in de TER (de total expense ratio). Helaas zitten hier niet altijd alle kosten in, maar de TER is op dit moment de beste indicatie die we hebben. Als de kosten (deels) gekoppeld zijn aan het rendement – de beheerder rekent een prestatiefee – dan is dat doorgaans een goed teken. Met name indexfondsen, ook wel trackers of etf’s genoemd, hebben aantrekkelijk lage kosten.

4. RENDEMENT ÉN RISICO

Niet alleen rendement is belangrijk, ook het risico. U wilt immers niet in één jaar 50% van uw inleg kwijtraken. Sterke koersuitslagen, omlaag én omhoog, duiden op een hoog risico. Bij de meeste fondsvergelijkers op internet wordt het risico uitgedrukt in een getal, de standaarddeviatie. Op die basis worden fondsen ingedeeld naar risico. Hoe hoger het risicogetal, des te risicovoller. Vaak wordt het historische rendement en het risico in één oordeel gegoten, fondsvergelijker Morningstar doet dat bijvoorbeeld middels sterren. Wat iedereen natuurlijk zoekt zijn fondsen met een laag risico en een hoog rendement.

5. BELEG MET EEN DOEL

Als u weet waarvoor u belegt, weet u hoe lang u het geld kunt missen. Dat doel zal meestal zijn dat u een bepaald kapitaal wilt bereiken over 5, 10 of 20 jaar. Waarschijnlijk voor uw pensioen, of wellicht belegt u voor een vakantiehuis. Als de datum nadert dat u het kapitaal nodig heeft, is het verstandig het beleggingsrisico te verminderen. Dat doet u door bijvoorbeeld fondsen in aandelen te verkopen en in te ruilen voor obligatiefondsen. Zo voorkomt u dat u door een beurscrash ineens een fors lager eindkapitaal heeft.

6. HOE BELEGT HET FONDS?

Bij een beleggingsfonds laat u de dagelijkse beslissingen over aan de fondsbeheerder. Die beslist welke individuele aandelen (of obligaties) er gekocht worden. Beheerders van bijvoorbeeld Europafondsen kunnen onderling heel verschillende prioriteiten leggen. Bijvoorbeeld door relatief veel Franse aandelen te kopen, of juist Duitse. Een groeiend aantal fondsen kijkt bij die verdeling steeds minder naar de index, naar zeg maar de omvang van een aandelenmarkt van een land. Dat kan het rendement verhogen, maar ook het risico.

7. PAS OP VOOR DE MODE

Stijgen de koersen in een bepaalde regio of sector snel, dan is er snel sprake van een trend, die steeds meer nieuwe beleggers trekt. Ook als het hoogtepunt alweer voorbij is. Fondsaanbieders spelen daarop in door fondsen op dit thema te lanceren, soms komen ze met tientallen tegelijk op de markt. Heel veel van deze fondsen maken de verwachtingen echter niet waar, lijden jarenlang een kwakkelend bestaan of verdwijnen al weer heel snel. Beleggers hebben het nakijken.

8. LET OP DE KLEINTJES

Maak onderscheid tussen small caps en large caps , aandelen in kleine respectievelijk grote bedrijven, Waarin belegt het fonds? Die vraag is belangrijk omdat small caps op de lange termijn meer rendement kunnen bieden dan large caps, omdat ze een groter groeipotentieel hebben. Een kleiner bedrijf is beter in staat de omzet in enkele jaren te verviervoudigen dan een reus als Unilever of Shell. Kleinere bedrijven zijn wel risicovoller. Naast die bedrijven die van een small cap tot een groot bedrijf uitgroeien, zijn er ook voorbeelden van bedrijven die deze poging niet overleven. Op de beurs uit zich dit in sterk schommelende koersen. Large caps zijn stabieler.

9. GROEI

Beleggingsfondsen delen zichzelf in de categorieën groei en waarde in. Waardeaandelen zijn defensieve aandelen van robuuste bedrijven. Groeiaandelen zijn aandelen in bedrijven die een hoge groei beloven, maar deze nog wel moeten waarmaken. De vraag is waar u zich als belegger thuis bij voelt.

10. SCHAAL

Zowel de omvang van het fonds als ook van de fondsbeheerder is van belang. Zo kun je je afvragen of een beheerder die zijn aandacht over honderden fondsen moet verdelen, geen concentratieproblemen heeft. In vergelijkingen vallen kleinere fondshuizen vaak positief op, mede omdat ze zich concentreren op één of enkele thema’s. Los van de aanbieder is ook de schaalgrootte van het beleggingsfonds zelf van belang. Op een klein fonds drukken de vaste lasten erg zwaar, zodat de kosten relatief te hoog zijn. Grote fondsen van meer dan een miljard euro kunnen daarentegen slechts moeizaam op de beurzen handelen vanwege hun omvang. Doen ze een aankoop, dan drijft de order qua omvang de koers omhoog. Ook dat zijn kosten. Hoe kleiner de markt en hoe groter het fonds, des te groter die marktverstoring.

Bron: De Telegraaf